Pickleball regels: de spelregels uitgelegd met spelsituaties

Gepubliceerd door Wim VANDAELE op 07/10/2026 07:14.

De regels van pickleball zijn snel te leren, maar enkele details bepalen of een punt telt. U kunt er zowel het spel mee aanleren als een discussie op de baan beslechten.

Hoe slaat u een geldige opslag?

Elke rally begint met een opslag. De spelregels leggen vast waar u staat, hoe u de bal raakt en waar hij moet landen.

Een persoon slagt een pickleball op een outdoor tennis-/pickleballbaan terwijl hij/zij een racket vasthoudt.

Waar staat u en waar moet de bal landen?

U serveert diagonaal naar het servicevak aan de overkant, voorbij de non-volleyzone. Uw voeten blijven achter de achterlijn, ook baseline genoemd, en tussen de denkbeeldige verlengingen van de juiste zijlijn en middenlijn.

Volgens de basisregels heeft u één poging. Mislukt die opslag, dan is er geen tweede kans zoals bij tennis.

Hoe raakt u de bal bij de opslag?

Bij de volleyopslag slaat u de bal uit de lucht. Volgens de in 2026 verduidelijkte regels moet het een duidelijk onderhandse opslag zijn: de paddle beweegt omhoog, de paddlekop komt bij het raken niet boven het hoogste deel van uw pols en het raakpunt ligt niet boven de taille.

Bij de dropopslag laat u de bal eerst vallen en stuiten voordat u slaat. De beperkingen van de volleyopslag gelden dan niet op dezelfde manier. Sinds 2025 mag u de bal loslaten met de hand of met de paddle. Volgens de regels voor 2026 mag u spin geven bij het raken, maar niet al bij het loslaten.

Wanneer is de opslag fout?

Een opslag is fout als de bal in de non-volleyzone landt of op de kitchenlijn, die bij die zone hoort.

De andere lijnen van het juiste servicevak tellen daarentegen als in. Een bal op de zijlijn, de middenlijn of de achterlijn is dus een geldige opslag.

Raakt de opslag het net en landt de bal daarna correct in het diagonale vak? Dan gaat het spel gewoon door. Er komt niet automatisch een nieuwe opslag.

Wanneer verliest u een rally?

Zodra de opslag binnen is, loopt de rally tot iemand een fout maakt. Fouten gaan onder meer over de stuit, het net en de lijnen.

De tweede stuit en contactfouten

Stuitert de bal twee keer aan uw kant voordat u hem kunt retourneren, dan verliest uw kant de rally. Ook als u, uw paddle of uw kleding het net raakt terwijl de bal nog in het spel is, is dat een fout.

Hetzelfde geldt omgekeerd voor de bal: raakt hij u of iets wat u bij u draagt, dan verliest u in principe de rally.

Bijzondere ballen rond de netpaal

U mag een bal buiten de netpaal om terugspelen, zolang hij verder volgens de regels terugkomt. De bal hoeft dus niet over het net zelf te gaan.

Volgens de verduidelijking van 2026 kan een bal die na een geldige stuit door spin of wind tegen de netpaal komt, de rally winnen voor wie hem sloeg. Ook mag dezelfde speler de bal meer dan één keer raken, als dat in één doorlopende beweging in één richting gebeurt. Zelfs drie aanrakingen kunnen dan toegestaan zijn.

Dubbel contact en twijfel over lijnen

In dubbelspel ligt de grens anders: raken beide partners de bal, dan is dat een fout.

Bij twijfel over een lijncall krijgt de tegenstander het voordeel. In de Nederlandse recreatieve praktijk roept u alleen ‘uit’ als u duidelijk zag dat de bal uit was. Roept de ene partner ‘uit’ en de andere ‘in’, dan geldt de bal volgens de verduidelijking van 2026 als in.

Ook het moment van de call telt. Speelt u de bal terug, dan moet ‘uit’ klinken vóór de volgende slag of voordat de bal dood is. Speelt u hem niet terug, dan roept u meteen. Het publiek mag niet om een lijncall gevraagd worden.

Wat mag in de non-volleyzone?

De non-volley zone, in het Nederlands ook keukenzone of kitchen genoemd, leidt vaak tot vragen. Het verschil zit hem in de vraag of de bal al gestuiterd heeft.

Twee spelers staan tegenover elkaar op een pickleballveld naast het net, klaar om te spelen, met tassen en accessoires op de

Waar ligt de kitchen?

De zone ligt aan beide kanten direct tegen het net.

  • Diepte: 2,13 m vanaf het net, aan elke kant van de baan.
  • Kitchenlijn: hoort bij de zone, dus wie op de lijn staat, staat in de kitchen.
  • Bij de opslag: een bal op de kitchenlijn is fout, zoals hierboven vermeld.

Wanneer mag u er een bal slaan?

De kitchen is geen verboden gebied: u mag erin staan en er een bal slaan die eerst heeft gestuiterd. Een volley, een slag uit de lucht, mag u daar niet maken. Dat geldt zolang u de zone of de kitchenlijn raakt.

Wat gebeurt er na een volley?

Ook een volley van buiten de zone kan fout zijn. Raakt u door uw eigen beweging na de slag de kitchen, dan verliest u de rally, ook als de bal al dood is.

Sinds de wijziging van 2025 begint de volleyhandeling bij het raken van de bal, niet bij het begin van de zwaai. Tikt uw paddle de kitchenvloer aan vóórdat u de bal raakt, dan is dat dus niet vanzelf dezelfde fout als contact na de slag.

Hoe werken puntentelling en serveervolgorde?

De telling ziet er bij de eerste partij ingewikkeld uit. In de praktijk volgt alles uit één principe: alleen wie serveert, kan scoren.

Punten en het einde van een game

Wint de serverende partij bij de klassieke telling de rally, dan krijgt zij een punt en houdt zij de opslag. Wint de ontvangende partij, dan blijft de score gelijk en gaat het serveerrecht verder volgens de spelvorm.

Een game gaat meestal tot 11 punten, met minstens twee punten verschil. Er bestaan ook games tot 15 of 21 punten en wedstrijden over drie of vijf games, afhankelijk van het vooraf gekozen format. Rallytelling, waarbij elke rally een punt oplevert, is volgens de regels voor 2026 een voorlopige wedstrijdoptie en niet de standaard voor een recreatieve partij.

Serveren en de stand afroepen in dubbelspel

In een normale servicebeurt serveren beide partners. Verliest de eerste serveerder de rally, dan volgt de tweede. Verliest ook die, dan gaat de opslag naar de tegenpartij. Het team dat de game begint, heeft uitzonderlijk maar één serveerder: daarom klinkt de beginstand als 0–0–2.

De drie cijfers geven de score van het serverende team, die van het ontvangende team en het nummer van de serveerder. Bij 5–3–1 serveert de eerste serveerder van het team met 5 punten. Na een gewonnen punt serveert dezelfde speler vanaf de andere kant; de ontvangers wisselen niet. Krijgt een team de opslag terug, dan begint de speler rechts als eerste serveerder.

De serveerkant in enkelspel

In enkelspel bepaalt uw eigen score de kant: bij een even score serveert u rechts, bij een oneven score links. Bij 4–3 serveert de speler met 4 punten dus rechts. Wint die speler de rally, dan wordt het 5–3 en serveert hij of zij links.

Verliest de serveerder de rally, dan gaat de opslag direct naar de tegenstander, want er is geen tweede serveerder. Is de score verkeerd afgeroepen, dan mag u de rally na de return volgens de regels van 2026 niet meer stilleggen om die te corrigeren.

Welk speelveld en materiaal heeft u nodig?

Pickleball is een racketsport voor enkel- of dubbelspel. U speelt met een paddle, een racket met een vast slagvlak zonder snaren, en een holle geperforeerde plastic bal.

Baanmaten en vrije ruimte

Volgens de KNLTB-accommodatiebepalingen van augustus 2024 meet een pickleballbaan 6,10 × 13,41 m, voor enkel- en dubbelspel. U meet die afmetingen aan de buitenkant van de omtreklijnen.

Het net is volgens dezelfde bepalingen in het midden 86,36 cm hoog en bij de zijlijnen 91,44 cm. De netpalen staan 6,71 m uit elkaar en de witte bovenband is 5,08 cm breed. Rond de baan beveelt de Nederlandse baanspecificatie deze minimale vrije ruimte aan:

  • Achter de baan: 2,50 m.
  • Naast de baan: 1,50 m tot een hek of wand.
  • Tussen twee banen: 2,00 m.

Voor één baan inclusief uitloop komt u zo uit op 9,10 × 18,41 m.

Spelen op school, bij de club of thuis

Een pickleballveld is ongeveer zo groot als een badmintonveld voor dubbelspel, maar heeft eigen lijnen en geen wanden zoals een padelbaan. Volgens een Nederlandse bron passen 2 à 3 velden in een standaard gymzaal. Sinds 1 januari 2025 valt pickleball in Nederland officieel onder de KNLTB. Spreek voor een clubwedstrijd vooraf de telwijze, de serveervolgorde en het format af.

Voor het bewegingsonderwijs stelt Sportibel de complete pickleballset ‘Pro’ samen. Die bevat één draagbaar net, één vloerbelijningsset, vier glasvezelrackets, drie indoorballen en drie outdoorballen. Het net zet u snel op in een sportzaal of op gras.

Een verplaatsbare baan uitzetten

Bij de keuze van een pickleballbal telt de ondergrond: binnenballen zijn lichter en hebben grotere gaten, buitenballen zijn zwaarder en hebben kleinere gaten. Sportibel levert een pickleballnet voor indoor en outdoor dat u zonder gereedschap monteert. Het heeft stalen palen en een knoploos polyester net van 2,2 mm dik, met een maaswijdte van 40 mm. Sportibel vermeldt 6,70 m breed en 91 cm hoog, en levert er een draagtas bij.

Voor het speelveld zelf zet u met de antislip-vloerbelijningsset van Sportibel een baan uit op elke ondergrond. De set bevat acht T-vormige en vier L-vormige gele markeerders van elk 27 × 27 cm. Een oprolbaar meetlint van 10 m helpt u ze op de juiste plek te leggen.